Ommekeer

20-02-2014

Als fervent dijkwandelaar, meestal oostwaarts startend bij een serie imposante appartementsgebouwen in Terneuzen, zit ik met een probleem dat al een tijdje aanloopt.

Ik heb er ooit zelfs een brief over geschreven aan enkele raadsleden. Zonder reactie overigens.

Het draait allemaal om omdraaien. Ik leg het uit: ‘rondje Kreek’ is weliswaar nog steeds geen rondje, maar toch, het idee ligt er. Je kunt t.z.t. een wandeling maken zonder daarbij de zelfde locatie te passeren. Dat is het principe van een rondje. Als wandelaar keer je verkwikt terug, opgefrist door alle nieuwe indrukken.

Hoe anders is het aan de zeedijk. Daar kun je alleen ferm rechtdoor stappen en – hoe je het ook draait of keert – op een gegeven moment moet je terug. Het maximaal haalbare qua afwisseling is ‘heen’ onderaan de dijk, en ‘terug’ bovenop. Maar daar is dan weer geen pad. Wordt dus lastig, dat rondje zeedijk, of je moet naar Antwerpen lopen, door de Liefkenshoektunnel, terug via de dijken van Zuid-Beveland en (aldus verkeerschaos creërend) terugwandelen door de Westerscheldetunnel. Dit is echter niet het soort rondje dat je op een zondagmiddag maakt.

Nu kom ik op mijn kwestie. Je moet dus omdraaien. Maar wanneer? Wat is het juiste moment? Denken medewandelaars, of verveelde Basaltpromenade-senioren met verrekijkers niet: gut, draait ze NU al om? En hoe kondig je subtiel aan dat je gaat omdraaien? Ikzelf doe het altijd een beetje stiekem. Langzamer lopen, beetje rondkijken, veter strikken en dan onopvallend en met een neutrale uitdrukking terug in je eigen voetsporen. Een terrasje pakken bij café De Griete is ook een goed omdraaimiddel. Velen doen het kennelijk zo.

Maar om nu altijd in het café om te draaien? Ik zou het een prima plan vinden als er langs de zeedijk officiële omkeerpunten kwamen, paaltjes na iedere kilometer of zo. Heb je daar wat houvast aan (kijk eens: alweer twee kilometer gelopen!) en iedereen weet waar-ie aan toe is. Ook de bespied-senioren.

Gisteren liep ikzelf terug van de Griete. Geen café gezien, het was te vroeg. Kom ik vlakbij Terneuzen een mevrouw tegen, een tegenligger als het ware. Zij loopt rechts, ik ook – daarom bots je dus niet. Ik groet vriendelijk, loop door en blik na vijf minuten even snel achterom, om te kijken waar mijn sukkelige honden blijven. Loopt ze werkelijk pál achter me, een meter of vier van me vandaan! Was ze me zomaar gepasseerd en vrijwel meteen stilletjes omgedraaid. Een bumperklever langs de zeedijk! Ik schrok me te pletter en zette meteen de pas erin. Nog een geluk dat we geen kopstaartbotsing kregen. Kijk, daarom pleit ik voor omkeerpunten en borden met ‘houdt afstand’. Heeft Terneuzen ook weer iets te handhaven, naast parkeerfouten.