De Donut

01-12-2012

Sinterklaas 2012. Echt zin hebben we er niet in. Al dat gedoe. Al die nutteloze troep die je koopt en krijgt. Toch moet er weer een surprise worden gemaakt voor school. Dochter krijgt hevige inspiratie door een vriendin die iets gemaakt heeft van PUR schuim: dat spul waarmee ze kozijnen afdichten en waarmee ik stiekem lijstjes en dergelijke aan de muur hing na de verhuizing in 2005 – en alles hangt nog. Maar goed, er moet een reuze Donut worden gemaakt van dat schuim. En of ik voor de spullen kan zorgen. Traditioneel mag een sinterklaassurprise niks kosten. Theoretisch traditioneel. De praktijk is anders: je wil toch dat je kind een beetje fatsoenlijke surprise laat zien. Niks schoenendoos.

De eerste eurootjes gingen er dus door bij de Gamma, bijna acht voor de goedkoopste fles PUR.

Thuisgekomen (zeg maar omstreeks 20 november want je moet overal wél op tijd aan beginnen, regeren is vooruitzien enzovoorts) ben ik creatief-technisch meteen niet meer te stoppen en spuit een enorme cirkel van schuim op gereedgelegde kranten op de eettafel. Bus is meteen leeg. Dochter komt thuis en keurt het ontwerp onmiddellijk af want ‘het moet een klein gaatje zijn in het midden, nu is het net een mislukte kerstkrans’. Bovendien is de onderkant plat en ook dat kan de goedkeuring niet bepaald wegdragen.

Beslissing: nieuw of aanvullen? Aanvullen dus.

Bus 2 wordt aangeschaft: acht euro wederom. In een waas van efficiency zo net voor het avondeten besluit ik de Donut meteen van een fraaie onderkant te voorzien. Het is zó gezellig in huis met allemaal kaarsjes, en dan zo lekker knutselen, heerlijk! Ik spuit een laag schuim op de platte kant, vlak naast kaarsen, en net op het moment dat dochter wil zeggen: is dat niet brandbaar of zo – zegt de Donut WOEF en vliegt in de fik. De spetters brandend schuim vliegen in het rond. Binnen 10 seconden hebben de kinderen de branddeken tevoorschijn (goed he die brandinstructies) en op de vlammen gelegd. Rookmelders gaan af, we staan te bibberen. Maar er is geen echte brand. Laptops beschadigd, tafel naar de …. En de eetkamerstoelen bruin besmeurd.  De polis van de boedelverzekering wordt gezocht.  Hoe leg je dit uit?

We besluiten dat het nu oorlog is tussen de Donut en wij. Bus 3 wordt aangeschaft. De verbrande plekken worden onder een nieuwe laag verstopt, met een levensgevaarlijk keukenmes snijden we de vormeloze massa in een Donutachtig model. We stofzuigen, vegen en snijden en zoeken pleisters.

De Donut wordt daarna even opzij gezet, uit het zicht. We zijn er klaar mee. Dochter denkt na over de vraag: hoe verstop ik cadeautjes in een Donut van PUR schuim? Antwoord: vraag je vader en geef hem weer dat scherpe keukenmes. Echtgenoot projecteert vervolgens al zijn frustratie van de afgelopen maanden linea recta op de Donut en snijdt hem met een verbeten blik in twee helften. Cadeaus erin. Afplakband erover. Dicht die handel.

En dan: het schilderen, eindelijk. Ergens in de schuur vinden we nog een emmer witte monodek en ergens in de kast een busje rode acrylverf.  Met drie man sterk schilderen we de Donut, buiten, bij vrij sterke wind. Man houdt de tafel vast, ik houd de Donut vast met een lege wijnfles anders krijg ik verf op mijn vingers,  en dochter (aardsknoeier nr. 1) kwast er snel een dikke witte en daarna rozerode massa op.  Als door een wonder waait de Donut niet weg. Niemand krijgt verf op kleding. Dochter strooit er tot slot echte eetbare versierseltjes op. Ik decoreer nog eens lollig met een rood biesje. Het zou allemaal goed komen. We win!

Helaas. Te vroeg gejuicht. De Donut moet namelijk ook nog drogen en dat gaat niet zomaar. Te langzaam vooral want Sinterkerst op 18 december komt nu wel angstaanjagend dichtbij. We zijn er pas een maand mee bezig.

Ik besluit de Donut van de tafel op de grond te leggen, bij de warme radiator, naast de kerstboom, en ga werken,  buitenshuis. Hond Coda slaapt. Coda slaapt altijd, als ze niet eet. Die ochtend nog verbazen we ons over de krantenfoto van een bloederig dood schaap met een aardige hond ernaast, die dat schaap dus heeft doodgebeten. Onze honden hebben weliswaar een reputatie qua kattenhaat, maar dat is weer een ander verhaaltje en ander kaliber hond ook.

Ik kom twee uur later thuis na een vermoeiend gesprek en signaleer verbaasd dat Coda gelukzalig haar rode lippen en snor zit af te likken. Rood? Denk ik nog. Gut, zou ze een servet hebben opgegeten? Tsja, die honden eten letterlijk alles, van waterballonnen tot fishermansfriends. Maar Coda’s snor is dieprood, alsof ze net als een weerwolf de ingewanden uit een beest heeft gegraven.  Een schaap bijvoorbeeld. Dan denk ik aan de Donut. Die was ook rood.

De Donut ligt nog steeds bij de radiator, maar zonder rode verf, zonder versierselen, en met kleine afdrukken van tanden erin. Coda heeft er een uurtje of twee aan gelikt, met voortandjes geschraapt en gewoon ontzettend haar best gedaan om alle eetbare sterretjes van de Donut af te pellen. Hond 2 heeft het allemaal niet meegekregen.

Ik lach. Ik ben boos. Ik denk aan mijn dochter.  Ik neem een foto en scheld op de hond. De hond valt flauw van pure schaamte, en blijft naast de Donut liggen op haar rug. Dan besef ik dat verf giftig is en bel de dierenarts. Die is even stil maar kent border terriers, weet echter niks af van een mogelijke acrylverfvergiftiging. Advies: bel de verfhandel en bel ons daarna even terug want dit willen wij ook graag weten. Ondertussen is de hond opgestaan, naar buiten gaan en ik zie haar schaamteloos een drol draaien. Bruin. Nog. Ze mankeert zo te zien niks.

Ik bel schildersbedrijf de Zeeuw en zeg dat ik een rare vraag heb. Stilte, lachen. Ze merken op dat kinderen op school ook wel eens een likje binnenkrijgen en raden me aan de hond water te geven. Alsof ze dat op commando drinkt?! Ik besluit er melk bij te doen en hond drinkt de hele bak opgewekt leeg. Een Donut met melk, wat wil je nog meer? Ja, je snor daarna grondig afvegen aan de prullenbak, dat wil je. Als een reusachtige verfkwast schildert Coda de witte pedaalemmer roze. Dan grijp ik in. De rode melksnor wordt afgeveegd, op een stukje na.

Daarna bel ik de dierenarts, die het verhaal in Coda’s dossier zet en verwonderd ophangt. Ik leg een briefje voor mijn dochter: sorry, Coda heeft de Donut gemold en ik ben wandelen met de honden. Onderweg komen we mensen tegen, die het hondje steeds extra goed bekijken. Coda heeft namelijk nog steeds een rood spoor in haar snor. Jeetje, zeggen enkele mensen, heeft ze een schaap aangevallen of zo? Dat stond vandaag in de krant!

Avond van 17 december: de Donut is geherschilderd. Er zitten andere spikkels op. Hij ligt in de badkamer, ver weg van de honden…

Ochtend 18 december. Er ligt een rode drol in de tuin. In een laatste geslaagde poging deze familie op kosten te jagen weigert de Donut halsstarrig droog te zijn. Ik pak daarop wanhopig mijn haardroger en blaas de rode biesjes een halfuur droog. De Donut overweegt door de aldus ontstane hitte alsnog bruin te verkleuren.

Ik besluit het voorwerp niet meer aan te raken. Straks gaat de Donut naar een argeloze familie. Moeten we ze waarschuwen?

Uiteindelijk is een meisje van 13 erg blij met de Donut, circa 5 minuten. Wat zouden haar ouders ermee doen The Day After? Wij krijgen een enorme zwart geschilderde doos terug. Gaat direct in de afvalkar. Kunnen ze elkaar niet gewoon een envelop geven? Of een filmpje maken?