Onbeschaamd Zeeuws

02-03-2014

Ze zitten met zijn vieren in de trein, aan beide zijden van het gangpad. Lang haar, allemaal een leuke korte rok aan, en laarzen. Er is nog een plek vrij en ik besluit hier dan maar te gaan zitten. De meiden, een jaar of 18 oud, nemen me snel van top tot teen op en gaan vervolgens door met dat waar ze mee bezig waren: kletsen. Heel LUID kletsen vooral. De hele treinwagon kan meegenieten, tenminste, degenen die plat Zeeuws kunnen verstaan. De dames wisselen ervaringen uit met een ongelofelijke tongval, die ik ergens in de buurt van Kapelle plaats.

Kennelijk hebben ze elkaar een tijdje niet gezien, want de brutaalste vraagt aan de wat timide buurvrouw aan de andere kant van het gangpad: en wadoe JIE noe iehelijk voor studie eee?

Lohopedie in Rotterdam! antwoordt ze, half opkijkend.

Lohopedie??? bulderen de andere dames. Wadde! Dakan jie toheema nie! Mee da Zeeuws!

En ze lachen zich rot. Gelukkig is het niet de stiltecoupe.

Nee, da klopt oek, zegt ze, het ha eema nie, ik kan de letter UI nie hoed zehhen.

Jamaa, dan zeg je toch gewoon JUUN! brullen de meiden, stikkend van het lachen.

Inmiddels zit de hele treincoupe mee te gniffelen.

Ze gaan zeer onbekommerd en luidruchtig verder met gesprekken over ruuge feestjes, spiebeln, nie kommn opdaagun biet ut koor, zakkn voor je riebewies en jongens. 

Kennelijk is er ook een erg leuke jongen in Rotterdam die Zegen heet.

Dat geeft gespreksstof: Ei je die knappe jongn a leren kennen, die Zegen?

Ja, iedere keer zehhen me in de karke: heef me de Zegen en dan dienk ik aan em.

En weer gieren ze het uut, eh uit.

Zo gaat het nog een tijdje door. 

Jonge gereformeerde dames in de trein tussen studieplek en thuis. Pittige, luidruchtige tantes. Je za ze maar in uus hebben.